
Je partner staat op de dansvloer. Hij of zij heeft je net gevraagd om te komen dansen, maar jij houdt niet van dansen. Nou ja. Je bent meer bang dat je danspasjes door anderen als ‘houterig’ worden gezien, en dus neem je maar het zeker voor het onzekere. Immers, als je niet danst, dan kan anderen daar ook niks van vinden. En nu staat je partner daar, te dansen. Met een anderen. Met plezier. Heel veel plezier. Er wordt gelachen, gekke bekken getrokken.
Je voelt een pijnscheut… Dat wil je niet voelen, dus ga je boos doen. Je partner vindt die ander wel heel leuk. Veel te leuk. Misschien wel leuker dan jij. Langzaam steekt het groen monster zijn kop op. En aan het eind van dit lied hebben je partner en jij ruzie. Fikse ruzie…
Herkenbaar? Misschien niet één op één hetzelfde als in het verhaal dat ik vertel. Misschien dat er in jouw verhaal niet werd gedanst, maar alleen gekletst. En bam, daar is die glimlach die je dacht alleen voor jou bestemd was. Maar nu aan een ander gegeven…. Bam, pijnscheut. Boosheid. Ruzie.
Of misschien vond je dat je partner wel heel veel aandacht aan één persoon gaf. En dus niet aan jou. Je hebt geen idee waarover ze gesproken hebben, maar je beseft ineens dat ze zeker al één uur in gesprek zijn. Bam, pijnscheut. Je gaat boos doen tegen je partner, die er niets van begrijpt. Het was een onschuldig gesprek, niks om zorgen over te maken. Maar jullie gesprek is verhit, raakt verhitter en voordat je het weet heb je ruzie.
Het groen monster, jaloezie. Soms wordt in het prille begin van relaties nog wel als lief ervaren. Als een teken dat hij of zij echt voor je gaat. Maar uiteindelijk wordt het jaloerse gedrag vervelend en soms ook verstikkend. Dan worden telefoons van partners stiekem gecheckt. Als die op de wc zit of even onder de douche staat. Zijn er berichtjes te lezen waar de liefde aan een ander wordt verklaard? Of zijn er ineens nieuwe mensen die jij niet kent toegevoegd aan sociale media.
Gesprekken worden ondervragingen. Waar ben je geweest? Met wie? Hoe lang ben je gebleven? Zo lang, waarom zo lang? Overigens daar was je vorige week toch ook al geweest? En dat allemaal om één ding. Wat niks met de je partner te maken heeft. Jij bent bang.
Ik ken dit niet, uit mijn eigen leven. Ik heb al vroeg ontdekt dat vrouwen niet mijn bezit waren. En dat de mens geen monogaam wezen is. We hebben voor de handigheid de betekenis van monogaam ook maar veranderd. Monogaam betekent: één partner voor de rest van je leven. Wij mensen hebben er van gemaakt: een partner tegelijkertijd. Maar de betekenis veranderen beteken niet dat je ineens wel monogaam bent. Je kunt een auto wel lamp gaan noemen, maar dat betekent niet dat ineens licht gaat geven.
Zo’n 12-duizend jaar geleden woonden mensen nog niet in huizen. Ze zwierven rond en sliepen in holen en grotten. Of in het openveld. In tijd leefde we in stammen. En de stam zorgde voor elkaar. Als er een kind geboren werd, dan zorgde de hele stam voor dat kind. Je had ook geen idee wie je vader was, gewoonweg omdat dit niet belangrijk was. En dus maakte het ook niet uit wie met wie seks had.
Dat is veranderd sinds dat we in huizen zijn gaan wonen. Omdat je op een gegeven moment dood gaat, en je kinderen je bezittingen erfde, werd het wel heel belangrijk om zeker te weten dat jouw kinderen inderdaad ook jouw kinderen zijn. Een moeder weet dat zeker, maar een vader… nee die niet. Toen zijn we huwelijken gaan sluiten. Toen werd kuisheid een deugd, en zo ontstond het idee dat een mens monogaam diende te zijn. En vaak werd afgedwongen.
Door de eeuwen heen is dit de norm geworden. Een man, één vrouw. Getrouwd, of een andere samenlevingsvorm. Maar ons brein is niet mee geëvolueerd. Ons brein zit nog steeds in de tijd dat we in stammen leefden. Dus soms komen we iemand tegen die we aantrekkelijk vinden. 12.000 jaar geleden was je boven op elkaar gedoken, en dan was dat geen probleem geweest. Maar ja… tijden veranderen.
Dus kijk je naar die aantrekkelijk persoon, je flirt, je lacht, je danst. Maar als je aan de hedendaagse norm van één voor één wilt houden, dan blijft het daarbij. Maar als jij het bent die je partner ziet doen, dan slaat de schrik om je hart. Wat nou je partner die ander leuker vindt dan jij… en dan kiest voor die ander.
Jaloersheid heeft dus alles met je eigen onzekerheid te maken. Je angst dat jouw partner die ander leuker vindt. En wat dan zegt over jouw. Dat je dus niet goed genoeg, onbelangrijk bent, of mislukt en waardeloos.
Dat zijn negatieve oordelen die je dan over jezelf hebt, en om die maar niet te voelen, ga boosheid inzetten en jaloers doen. Wat veel schadelijker voor je relatie is, dan even aan je partner te laten zien dat je bang bent dat hij of zij gaat.
Het goede nieuws is: je kunt iets aan die negatieve overtuigingen doen. En dan verdwijnt dat jaloerse gevoel en gedrag als sneeuw voor de zon. En misschien kies je dan nog steeds voor een monogame relatie. Maar dan doe je dat uit smaak. Omdat je dat fijn vindt. En niet omdat je bang bent.
Wil je dat, die negatieve overtuigingen oplossen, zoek dan een coach op. Het liefst een eclectische, die zijn hierin gespecialiseerd. Er is er vast wel een in de buurt bij je.
Dit blog is ook als podcast te beluisteren, met toepasselijke muziek: