
‘Geef het maar een plekje’. ‘Pak jezelf bij elkaar man!’ Of ‘je kunt het maar beter loslaten’. Het is vast en zeker ooit tegen je gezegd. Het klinken als goede en logische adviezen… Toch? Nou, ik vind van niet. Ik vind het loze en vage woorden.
Want hoe doe ik dat? Loslaten? Of een plekje geven? Vaak als iemand dit tegen me zegt, dan heb ik verdriet. Ik heb iets gekregen wat ik niet wilde. Of juist iets niet gekregen wat ik wel wilde hebben. En dan voel ik verdrietig. Of ik voel pijn. Omdat ik mezelf heb gekwetst met negatieve gedachten over mezelf. Dat ik stom ben. Of mislukt.
Het gaat dus om gevoelens… verdriet, pijn, onzekerheid. Die ik niet kan vasthouden. Hoe laat ik iets, wat ik niet vast kan houden, los? En hoe geef ik dat gevoel een plekje? En waar is dat plekje dan? Hoe vind ik dat?
Misschien denk je nu wel ‘Waar maak je druk om John Sarbach’. Het is toch wel duidelijk wat we er mee bedoelen? Nou, ik zal je uitleggen waarom het zo belangrijk vind.
Ik doe mijn hele leven al aan sport. Hardlopen, wielrennen, krachttraining, tennis, voetbal, handbal, softbal hockey. Ik heb al veel uitgeprobeerd. Ik vind sporten leuk en fijn. Vaak niet op het moment zelf, maar daarna voel ik me zo fijn en fris. Dat is mijn beloning. En natuurlijk dat mijn lichaam er redelijk ‘in shape’ blijft uitzien. Ik zei redelijk… he
En dan ga ik op vakantie. Twee weken sport ik niet. Behalve lange wandeltochten, maar ik noem dat geen sporten. Na twee weken sta ik dan in de sportschool te zweten en te puffen. Het is net of al die maanden die ik voor mijn vakantie heb getraind, weg zijn. Nooit hebben plaats gevonden. Slappe spieren, die niet meer weten wat ik wil…
Als ik dus in vorm wil blijven kan ik maar beter tijdens mijn vakantie ook blijven trainen. Minder dan als ik thuis ben, maar onderhoud plegen. Zodat ik eenmaal weer terug ben, niet zo hard hoef te werken.
En nu ga ik je vertellen dat het met brein hetzelfde is als met spieren. Ooit had ik een ongetraind en zwak brein. Het draaide op de automatische piloot, waar we 95% van de dag op draaide. Als iemand dus boos tegen me deed, of me een sceptische blik gaf, dan creëerde ik automatisch onzekerheid of voelde me gekwetst.
In die tijd voelde ik me vaak ongelukkig. En ik legde de schuld daarvan bij anderen. Mijn vriendin, die geen zin had om tien keer per dag ‘ik hou van je ‘ te zeggen. Mijn ouders, die me geen fijne en veilige jeugd hebben gegeven. Mijn vrienden, die zonder mij op stap gingen. Het weer dat voor de zoveelste keer somber en regenachtig was. De economie, die niet zorgde dat ik een baan had. En ook dat deed ik allemaal automatisch, zonder er bij na te denken.
Totdat ik ontdekte dat ons brein ook een soort spier is. Dat je kunt trainen. Brein-training, dus. We zijn namelijk geprogrammeerde wezens. En dat programmeren gebeurd met taal. Eerst waren het je ouders die jouw programmeerde door dingen tegen je te zeggen. Zoals ‘grote jongens huilen niet’ waarop jij het commando ‘ik mag niet huilen’ programmeerde. Of ‘Je moet werken om voor je gezin te zorgen’ waarop jij jezelf geen rust gunde. Want jouw brein zei namelijk dat je moet werken. Anders zorg je niet voor je gezin.
Later ben je dat zelf gaan doen, dat programmeren. Door tegen jezelf te gaan spreken, je interne communicatie. Taal is dus superbelangrijk. Want ons brein luistert namelijk altijd mee. En voert jouw opdrachten nauwgezet uit. Dat is namelijk zijn taak.
Als je dus vage dingen gaat zeggen als ‘je kan het maar beter loslaten’ of ‘geef het een plekje’ dan gaat je brein ook vaag reageren. Je gaat twijfelen, piekeren, malen. Dagenlang . Nachtenlang. En al die tijd neem je geen besluit en doe je dus ook niks. Je zit vast….
Een krachtig brein neemt besluiten en voert die besluiten uit. En dan kunnen er twee dingen gebeuren. Het resultaat is fijn, dus geniet ervan. Of je krijgt een resultaat dat je niet wilde. Jammer, heel jammer. En dan maak je een nieuw besluit.
Nou, je voelt m vast wel aankomen? Hoe krijg je een krachtig brein? Yep, door te trainen. Breintraining. En door krachtige taal te spreken. Kijk maar eens in je leven waar je allemaal woorden gebruikt als ‘een beetje’, gewoon’ ‘eigenlijk’ of ‘misschien’. Luister maar eens hoe slap dit antwoord klinkt op de vraag of iemand zich boos maakt:
‘Eigenlijk wel een beetje. Misschien dat je dit voortaan gewoon niet meer wil doen”.
En dan nu de krachtige taal: ‘Ja, ik maak me boos. Doe dat de volgende keer asjeblieft niet meer’.
Hoe spreek je nu eigenlijk krachtige taal als je wilt zeggen ‘geeft het maar een plekje’ of ‘je kunt het maar beter loslaten. Als het om verdriet gaat, hoe je niet zoveel te zeggen. Sla een arm om degene geen die verdrietig is. Of geef een knuffel. En laat ze maar huilen. De tranen drogen vanzelf op.
In geval van alle andere gevoelens. Geef die iemand het advies om een coach op te zoeken. Het liefst natuurlijk eentje die aan eclectische coaching doet. Zoals ik. Samen kunnen zij dan gaan wat een fijne oplossing is voor die gevoelens. Verder hoef je geen advies te geven. Gevoelens komen en gevoelens gaan, dus dan is dat ehhh loslaten ook geregeld….
Deze tekst is ook als podcast te beluisteren. Met toepasselijke muziek.